Huis met de Hoofden

De symboliek van de naam ‘Huis met de Hoofden’ past bij de grote denkers waarmee men kan kennismaken in de Ambassade van de Vrije Geest. 

Amsterdam stond in de zeventiende eeuw bekend om zijn tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Het gedachtegoed van diverse grote denkers was in Europa verboden – behalve in Amsterdam, dat zich in de zeventiende eeuw profileerde als een vrijhaven voor vrijdenkers. Het was de enige plaats in Europa waar onconventionele ideeën zonder problemen in druk mochten worden gebracht – wat in die tijd een bloeiende boekenindustrie opleverde. Het Huis met de Hoofden werd in deze eeuw gebouwd en ontwikkelde zich als een broed- en uitwisselingsplaats voor creatieve en tegendraadse ideeën op het gebied van wetenschap, filosofie, cultuur en handel. De filosoof Comenius, en mogelijk ook Spinoza en leden van de Elsevierfamilie, vonden een thuis bij de familie De Geer om te filosoferen en debatteren over wetenschappelijke, filosofische, theologische en sociale vraagstukken.De collectie van 5.000 geschriften die de familie De Geer opbouwde in de zeventiende eeuw, met onder andere werken van Comenius, Böhme en Spinoza, grote gelijkenissen met de huidige bibliotheekcollectie. Juist het tegendraadse en vrije denken vormt de rode draad in de unieke collectie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica en het verhaal dat in het Huis met de Hoofden zal worden verteld. Net als in de Gouden Eeuw wordt het Huis als bijzonder cultureel erfgoed opengesteld voor de vrije geesten en autonome denkers van nu en morgen. 

Het Huis met de Hoofden is in de geschiedenis slechts beperkt toegankelijk geweest voor het publiek. Vanaf 1811 werden er kunstveilingen georganiseerd in het huis; de Anatomische Les van Rembrandt werd er verkocht. Aan het begin van de twintigste eeuw bleek het huis dusdanig slecht te zijn onderhouden, dat men overwoog het te slopen. Toch werd in 1908 besloten het huis ingrijpend te restaureren, waarna het huis werd gebruikt door het Conservatorium van Amsterdam. Tussen 1931 en 1983 woonde en werkte de bonthandelaar Heertje er. Hij verbeterde het pand en richtte het in met meubels die aansloten bij het zeventiende-eeuwse karakter van het huis. Daarna was het gemeentelijk Bureau Monumentenzorg in het pand gevestigd tot 2007. Daartoe werd het pand opnieuw gerestaureerd.

Nu wordt het monument voor een breed publiek opengesteld en zal het pand stap voor stap in zeventiende-eeuwse stijl worden hersteld. Ondanks dat het zeventiende-eeuwse karakter goed bewaard is gebleven en de plattegrond nagenoeg onveranderd is gebleven, hebben er in de loop der eeuwen een aantal veranderingen plaatsgevonden. Er zijn verschillende elementen verloren gegaan, er is sprake van reconstructies, een aantal authentieke onderdelen zijn verplaatst en er zijn onderdelen toegevoegd die niet uit het huis afkomstig zijn.